ZO PROEF JE STERKE DRANK

OOG


kleur, structuur

NEUS


intensiteit, alcoholgehalte aroma's

MOND


zoet, zuur, bitter intensiteit structuur

TWEEBAANSWEG

De neus werkt op twee manieren: rechtsreeks, via je neusgaten van buiten naar binnen, maar ook vanuit je mond terug in de neus.

PROEVEN & VOELEN

Op je tong liggen de smaakpapillen voor zoet, zuur, zout en bitter. Tong en mondholte hebben ook een tastzintuig. Hiermee voel je de structuur van de drank.

PROEVEN IN 5 STAPPEN

Voor het proeven van sterke drank wordt, net zoals bij wijn, een transparant glas op een steel met een tulpvormige kelk gebruikt. Hou het glas bij de steel vast. De drank warmt dan minder snel op en het glas blijft doorzichtig. Schenk ongeveer een dikke duimbreedte in een glas. Meer mag ook. Om ogen, neus en mond de tijd te geven hun werk te doen, is het handig stap voor stap te werken.

Wil je het uiterlijk goed zien? Pak het glas bij de steel en houd hem - in een lichte ruimte - schuin naar achteren liefst boven een witte achtergrond. Een velletje papier of wit tafellaken volstaat. Is de drank helder? Dun vloeibaar of juist stroperig? Noteer wat je ziet, ook over de kleur. Het ligt natuurlijk aan het soort drank dat je proeft wat de kleur je kan vertellen. Stel dat je jenevers proeft, dan vertelt een gele kleur je dat de jenever waarschijnlijk op houten vat heeft gerijpt. Is een drank donkerbruin, dan kan hij met karamel op kleur zijn gebracht.

Neem een heel klein slokje - een paar druppels eigenlijk - in je mond en laat die rustig over je tong en door je mondholte rollen. Zuig er eventueel wat lucht bij op. Via je mond komen er ook weer aroma’s in je neus terecht.

Aroma’s proef je, de structuur van de wijn voel je. Laat hij een stroperig, verfrissend of een tikkeltje drogend gevoel achter? Dat stroperige komt van de suiker, zuur zorgt voor een fris effect en bitter heeft een stroef en drogend effect.

Je neus is bij het proeven van sterke drank ontzettend belangrijk. Het ruiken - ook vaak nosing genoemd - verloopt in 2 ruikronden.

Houd het glas bij de steel vast, kantel de kelk iets naar voren en houd hem zo stil mogelijk. Breng hem langzaam naar je neus zodat je papillen zich voorbereiden op het gevoel dat alcohol teweegbrengt. Voel je iets, niets of veel? Dat gevoel geeft je informatie over het alcoholgehalte. Zodra je neus na een 1 of 2 seconden aan de alcohol is gewend, steek je je neus iets dieper in het glas. Bovenin het glas verzamelen zich de meeste geurstoffen. Is hij fris en zuiver of zit er een vreemd luchtje aan? Ruikt hij fruitig of juist kruidig? De eerste indruk zegt veel.

Hey, you just created a text paragraph! Somebody once said that the pen is mightier than the sword — and that was in 1839. Just imagine, with the power of digital publications and the ability to distribute your content around the world in mere seconds, writing this paragraph could be one of the most influential things you ever do!

Uitgeproefd? Dan wordt ‘t slikken of spugen en opletten. Ga na hoelang de smaak in de mond blijft hangen. Die nasmaak of afdronk zegt iets over de kwaliteit. ‘Sabbel’ erop, dat maakt je indruk compleet. Eenvoudige soorten zijn na het doorslikken zo weg. Dranken met veel smaak blijven lekker lang hangen. Neem gerust nog een slokje. Grote kans dat je weer iets nieuws ontdekt.

Zeg het maar: lekker of niet? Nog een glas of nooit meer? En nu natuurlijk met de reden waarom. Alleen de kleur, de geur of de smaak zegt niets. Uiteindelijk gaat het om het geheel en om de balans in de drank. Zoet kan lekker zijn, maar van te veel zoet wordt de drank zwaar en log. Bitter hoort erbij, maar van te veel bitter droogt je mond uit. In sterke drank van goede kwaliteit proef je van alles en vallen de diverse geuren, smaken en ook de structuur samen: ze vormen één geheel. Ze zijn in balans.

STERKE DRANKEN IN WOORDEN

Proeven op zich kan iedereen. Precies onder woorden brengen wat je proeft, is soms lastig. Zeker als je net begint. Je kunt je proefnotitie verfijnen door steeds preciezer aan te geven wat je waarneemt. Je begint met de hoofdsmaak, bijvoorbeeld licht, fris, zwaar, vol. Daarna focus je op de aroma’s en geef je aan wat het eerste bij je opkomt, bijvoorbeeld fruitig, bloemachtig, grassig, houtachtig, nootachtig, kruidig, rokerig, turfachtig. En als je wilt kun je, als je het herkent, de vrucht, de bloem, het kruid enzovoort bij naam noemen.

Test jezelf!